ONS BINDT DE VRIENDSCHAP EN DE WIJN SCHENKT ONS VREUGDE

    Positie: Wijnbouw -> Gewasbescherming  
 
Over ons
Actueel
Activiteiten
Leden
Wijnbouw
 
 
Wijnbouwkalender
Opzetten wijngaard
Keuze druivenras
Blauwe druivenrassen
Rode druivenrassen
Witte druivenrassen
Klimaat
Groei en Snoei
Bodem en bemesting
Gebreksziekten
Gewasbescherming
Schimmelziekten
Jaar in de wijngaard
Artikelen Wijnbouw
Vinificatie
Bottelen
Wijnproeven
Overige
Sponsors
Sitemap/search


BrabWijnbouwers
 

Onderwerp Gewasbescherming

Beneden
 

8.2 Gewone meeldauw

De gewone meeldauw of Oidium komt zeker zo vaak voor als valse meeldauw, maar is wat minder explosief van karakter. De gevoelige rassen kunnen al vroeg na het uitlopen last hebben, sommige schimmeltolerante rassen krijgen pas vanaf september een lichte meeldauwaantasting: Rondo is een goed voorbeeld hiervan.
Meeldauwsporen hebben in tegenstelling tot valse meeldauw geen vloeibaar water nodig om tot ontkieming te komen. Een relatieve vochtigheid van 50 % of meer is voldoende om de schimmel een kans te geven zich te ontwikkelen. De meeldauwdruk is erg hoog bij benauwd weer; hoge temperatuur, hoge vochtigheid en diffuus licht.

Ook voor meeldauw gelden dezelfde preventieve maatregelen als bij valse meeldauw. Plant bij voorkeur resistente rassen aan en zorg voor een goed microklimaat in de wijngaard.

8.2.1 Levenswijze

De schimmel overwintert in besmette ogen, bladeren, trossen en hout. In de ogen blijft de schimmel als het in leven en komt na het uitlopen weer te voorschijn. Ook kan de schimmel overwinteren door middel van sporen die zich in zeer kleine zwarte knoppen bevinden. Met een vergrootglas zijn deze goed te zien.
Na het uitlopen kan de schimmel zich gaan verspreiden via nieuwe sporen die gemakkelijk over waaien naar andere bladeren en scheuten. Elke 10 dagen kan er een nieuwe generatie ontstaan. In het begin gaat de verspreiding gestaag door maar niet met een sneeuwbaleffect zoals bij valse meeldauw. Hoe groter de besmetting in het voorjaar is, hoe meer geïnfecteerde ogen en sporen en meegaan naar het volgende jaar.

Fig. 2: De infectiecyclus van de gewone meeldauw (figuur uit diseases and pests; bewerkt).

 

Levenscyclus Oidium

8.2.2 Symptomen

Het meest bekend is de witte, poederachtige waas op bladeren en de opengebarsten bessen. Toch is een meeldauwaantasting in het begin moeilijk te zien. Bij de bladeren zien we blosjes verschijnen die wel iets weg hebben van de olievlekken bij de valse meeldauw. De vorm is echter veel onregelmatiger. Een loep is handig in dit geval handig; hiermee kun je de schimmeldraden zien en valse meeldauw uitsluiten. Als de aantasting wat verder is, zie je duidelijk de witgrijze aanslag verschijnen.
Jonge scheuten die aangetast zijn herken je naast grijze plekken aan de bladeren die gaan vervormen en krullen. Jonge bloemen en trossen krijgen een witte poederachtige schimmel, later kunnen bessen gaan barsten zodat de pitten goed te zien zijn.

8.2.3 Gunstige weersomstandigheden

Zoals hierboven al gezegd is, geeft benauwd weer een grote kans op besmetting. De sporen op oud hout kunnen in het begin van het seizoen gebaat zijn bij een regenbuitje; ze vormen dan vele nieuwe sporen.
Zeer hoge temperaturen remmen de schimmelgroei op het blad, maar dan hebben we het over een hittegolf hebben.

8.2.4 Bestrijding

Ook hier kunnen we een conservatief spuitprogramma hanteren. Door goed en regelmatig de planten te controleren in de wijngaard, kunnen we het aantal spuitbeurten verminderen.
Begin met de controle bij het uitlopen van de ogen. Let op aangetaste scheuten die misvormd zijn en op bladeren met de hierboven genoemde symptomen. Kijk vooral op beschutte, donkere plekken in de loofwand. Haal aangetaste bladeren en scheuten weg. Indien een besmetting geconstateerd is, moet men direct gaan spuiten met zwavel. Meestal is een paar procent voldoende; dit spaart ook gedeeltelijk de roofmijten.
Herhaal dit twee keer tot de bloei. Na de bloei om de 14 dagen spuiten, bij warm en vochtig weer om de 8 dagen. Het is belangrijk om op tijd te stoppen met de zwavelbespuitingen, begin augustus bijvoorbeeld. Anders loop je het risico dat er teveel restzwavel op de schillen van de druiven achter blijft wat later in de wijn aanleiding kan geven tot zwavelwaterstof-luchtjes (rotte eieren).
Naast zwavel kunnen biologische middelen toegepast worden zoals waterglas, heermoesaftreksel en Pilzvorsorge. Het heermoesaftreksel is zelf te maken door 10 kg vers heermoes te koken, 24 uur laten trekken en zeven. Dit vermengen met 100 liter spuitwater. Waterglas en Pilzvorsorge kan gemengd worden met de zwavel en een concentratie van 0,5 - 1% is prima.
Let erop bij de bespuitingen dat het middel goed verdeeld wordt en dat zeker het binnenste van de loofwand goed geraakt wordt.

Eigenlijk moet je ervoor zorgen dat je de schimmelaanvallen op een natuurlijke manier de baas blijft: kies voor gezonde (schimmeltolerante) rassen, besteedt veel aandacht aan het opbinden en de zomersnoei zodat de loofwand luchtig blijft en voldoende zonlicht krijgt. Gezonde, goed groeiende planten hebben veel minder last van schimmels. Zorg voor een biologisch biotoop met nuttige insecten. Bemest ook niet te veel, dat geeft alleen maar extra loof.

Index
Practische gewasbescherming
Gewasbeschermingsmiddelen
Nat voorjaar
Misbloei
Bladroller virus
Lamsteligheid
Enquête nachtvorstschade
Beperking (nacht)vorstschade
Insecten
Japanse fruitvlieg
Link naar de VNWP pagina
Monitorings-programma Japanse fruitvlieg
Resultaten monitoringsprogramma Japanse fruitvlieg
Model voor levenscyclus suzuki-fruitvlieg
  Top

© De Brabantse Wijnbouwers 2018 -=- Cookieverklaring -=- Privacyverklaring -=- Met dank aan Nervatuur Groep. Powered by